Wat doet uw lever?
De lever is een groot orgaan rechtsboven in uw buik, onder de ribben. Volgens Sciensano heeft de lever functies die van vitaal belang zijn voor het lichaam:
- de verwerking en opslag van voedingsstoffen uit de spijsvertering;
- de ontgifting van giftige stoffen, zoals geneesmiddelen en alcohol;
- de ondersteuning van de afweer en de bloedstolling;
- de productie van eiwitten en gal.
Gal helpt bij de vertering van vetten. De eiwitten die de lever maakt, zijn onder meer nodig om uw bloed goed te laten stollen. De lever verwerkt ook vetten en suikers uit uw voeding.
De lever speelt dus een cruciale rol bij de verwerking van verschillende stoffen in uw bloed. Kortom: als uw lever niet goed functioneert, merkt uw hele lichaam dat uiteindelijk. Bij een verminderde leverfunctie kunnen giftige stoffen zich ophopen en kan uw bloed minder goed stollen.
Wat zijn leverziekten?
Leverziekten of leveraandoeningen zijn alle ziekten die de levercellen beschadigen of de werking van de lever verstoren. Sommige zijn acuut en gaan weer over. Andere worden een chronische leverziekte: de schade sluipt er jaren in, vaak door een chronische ontsteking van de lever.
Bij langdurige schade probeert de lever zich te herstellen. Daarbij kan littekenweefsel ontstaan. Wordt dat littekenweefsel uitgebreid, dan spreekt men van levercirrose. Volgens WHO Europa kunnen verschillende aandoeningen van de lever uiteindelijk leiden tot levercirrose en leverkanker. Een chronische leverziekte kan dus ernstige gevolgen hebben, ook als u lang niets voelt. Hoe vroeger de aandoening ontdekt wordt, hoe meer kansen er zijn om de oorzaak aan te pakken.
De belangrijkste leverziekten
Er zijn verschillende leveraandoeningen. Dit zijn de belangrijkste.
Leververvetting of vette lever
Bij leververvetting is er een ophoping van vet in de levercellen. WHO Europa spreekt van steatotische leverziekte, vroeger ‘vette lever’ of ‘fatty liver disease’ genoemd. Hangt de vetophoping samen met overgewicht, diabetes of andere stofwisselingsproblemen, dan hoort u soms ook de term metabool geassocieerde leververvetting.
De lever verwerkt normaal vetten en suikers uit uw voeding. Krijgt uw lichaam te veel energie binnen, bijvoorbeeld door ongezonde voeding, overgewicht of alcohol, dan begint de lever extra vet op te slaan. Na verloop van tijd verliest de lever daardoor zijn vermogen om goed te werken.
Volgens WHO Europa geeft leververvetting vaak geen symptomen. Ze blijft onopgemerkt tot een vergevorderd stadium, wanneer ze kan overgaan in levercirrose en kanker. De belangrijkste oorzaken zijn overmatig alcoholgebruik en ongezonde voeding. WHO Europa noemt ook obesitas en stofwisselingsstoornissen, waaronder diabetes, als gedeelde risicofactoren. Mensen met overgewicht of diabetes hebben dus een verhoogd risico op een vette lever. In mei 2026 erkende de Wereldgezondheidsvergadering steatotische leverziekte voor het eerst officieel als een niet-overdraagbare ziekte.
Alcoholgerelateerde leverziekte
Alcohol is een van de bekendste oorzaken van leverschade. De lever breekt alcohol af, maar bij langdurig of chronisch alcoholgebruik raken levercellen beschadigd. Uiteindelijk kan de lever ernstig beschadigd raken, met levercirrose als mogelijk gevolg. De FOD Volksgezondheid meldt dat alcohol in verband wordt gebracht met meer dan 200 ziekten, waaronder aandoeningen van de lever en de alvleesklier. Ook de WHO noemt leverziekten en leverkanker bij de gevolgen van alcohol.
Hepatitis of leverontsteking
Een ontsteking van de lever wordt hepatitis genoemd. Sciensano onderscheidt twee categorieën:
- virale hepatitis, veroorzaakt door de hepatitisvirussen A, B, C, D en E. Hepatitis A, B en C komen in België het meest voor;
- niet-virale hepatitis, zoals toxische hepatitis door alcohol of geneesmiddelen, en auto-immuunhepatitis, een auto-immuunziekte waarbij het eigen afweersysteem de lever aanvalt.
Hepatitis is acuut als ze minder dan 6 maanden duurt en chronisch als ze langer aanhoudt. Vooral een chronische infectie met hepatitis B of C kan de lever beschadigen en leiden tot levercirrose en leverkanker. Meer uitleg over de verschillende types, besmetting en vaccinatie leest u op onze pagina over hepatitis.
Levercirrose
Levercirrose is het eindstadium van langdurige leverschade. Gezond leverweefsel wordt vervangen door littekenweefsel, waardoor de lever minder goed werkt. De meest voorkomende oorzaken van levercirrose zijn langdurig alcoholgebruik, leververvetting en chronische virale hepatitis B of C. Volgens de WHO heeft iemand met chronische hepatitis C 15 tot 30% risico op cirrose binnen 20 jaar.
Levercirrose ontwikkelt zich meestal over vele jaren en geeft lang weinig klachten. Bij hepatitis C bijvoorbeeld kan het volgens het Departement Zorg 20 tot 30 jaar duren voor cirrose ontstaat. Patiënten met levercirrose hebben ook een hoger risico op leverkanker.
Complicaties van levercirrose: portale hypertensie
Bij gevorderde levercirrose kan het bloed niet meer vlot door de lever stromen. Daardoor stijgt de druk in de poortader, het grote bloedvat dat bloed van de darmen naar de lever brengt. Die verhoogde bloeddruk in de poortader heet portale hypertensie.
Portale hypertensie kan leiden tot:
- vocht in de buik (ascites);
- spataders in de slokdarm of maag, die kunnen scheuren. Bloedende spataders zijn een noodsituatie: bel 112 als iemand bloed braakt;
- een vergrote milt.
Om spataders op te sporen, kan de arts een endoscopisch onderzoek laten doen: met een flexibele camera wordt de slokdarm bekeken. Bij portale hypertensie volgt de arts u nauw op, vaak met medicatie en regelmatig onderzoek.
Andere complicaties van levercirrose zijn geelzucht, bloedingen door een verminderde stolling en verwardheid, doordat de lever afvalstoffen minder goed verwerkt. De schade is meestal niet meer terug te draaien. De oorzaak aanpakken kan wel verdere achteruitgang beperken.
Leverkanker en leverfalen
Bij leverfalen kan de lever zijn taken niet meer uitvoeren. Dat kan plots gebeuren, bijvoorbeeld bij een zware acute hepatitis, of geleidelijk bij chronische leverziekte. Leverkanker ontstaat vaak in een lever die al langer beschadigd is, bijvoorbeeld door cirrose of chronische hepatitis B of C.
Bij ernstig leverfalen kan een levertransplantatie nodig zijn. Meer daarover leest u op onze pagina over levertransplantatie en op de pagina over wie in aanmerking komt voor een orgaantransplantatie.
Hoe vaak komen leverziekten voor?
Volgens WHO Europa is leverziekte een van de weinige grote niet-overdraagbare ziekten waarbij de cijfers in Europa nog stijgen. Ze is goed voor ongeveer 780 overlijdens per dag in de Europese regio. Cirrose en leverkanker veroorzaken samen ongeveer 3% van alle overlijdens in die regio. Bijna de helft van de overlijdens door leverziekten zou volgens WHO Europa te voorkomen zijn door de risicofactoren aan te pakken.
In België meldde 0,9% van de bevolking vanaf 15 jaar in de Gezondheidsenquête 2023-2024 van Sciensano een leveraandoening, zoals levercirrose. Onder de 35 jaar komen leverstoornissen nauwelijks voor. In de oudere leeftijdsgroepen ligt het tussen 1,0% en 1,3%. Omdat leverziekten vaak geen klachten geven, weten veel mensen niet dat ze een leverziekte hebben. Het werkelijke aantal ligt dus wellicht hoger.
Voor hepatitis C schat Sciensano het aantal besmette mensen in België op meer dan 16.000, of 0,18% van de bevolking.
Symptomen van een lever die niet goed werkt
Leverziekten geven in een vroeg stadium vaak geen of slechts vage klachten. Mogelijke symptomen zijn:
- vermoeidheid en een gevoel van zwakte;
- verminderde eetlust;
- misselijkheid of braken;
- pijn rechtsboven in de buik of een onaangenaam, drukkend gevoel;
- geelzucht: een gele kleur van de huid en het oogwit, doordat bilirubine (een afbraakproduct van rode bloedcellen dat de lever normaal verwerkt) zich ophoopt in het bloed;
- donkere urine.
Bij een gevorderde leverziekte kunnen ook een gezwollen buik door vocht, jeuk, rode handpalmen, snel blauwe plekken krijgen of verwardheid optreden.
Merkt u een gele verkleuring van uw huid of ogen? Neem dan snel contact op met uw huisarts. Bij plotse hevige buikpijn, bloed braken of verwardheid belt u 112.
Oorzaken en risicofactoren
De meest voorkomende oorzaken van leverziekten zijn volgens WHO Europa alcohol, ongezonde voeding en virale hepatitis. Concreet verhogen deze factoren uw risico:
- Overmatig alcoholgebruik: hoe meer en hoe langer u drinkt, hoe groter de kans op leverschade. Langdurig alcoholgebruik is een van de belangrijkste oorzaken van een chronische leverziekte.
- Ongezonde voeding en overgewicht: te veel energie, suikers en vet zorgen voor vetopstapeling in de lever.
- Diabetes en andere stofwisselingsproblemen: WHO Europa noemt obesitas en metabole stoornissen, zoals het metabool syndroom, als gedeelde risicofactoren.
- Virale hepatitis: vooral chronische hepatitis B of C, die via bloed en onveilig seksueel contact wordt overgedragen.
- Bepaalde geneesmiddelen en giftige stoffen: toxische hepatitis kan ontstaan door stoffen die schadelijk zijn voor de lever.
- Auto-immuunziekten: het afweersysteem valt de eigen levercellen aan.
Onderzoek: hoe stelt de arts een leverziekte vast?
Vermoedt uw huisarts een leverprobleem, dan volgt meestal een stapsgewijze aanpak.
Gesprek, lichamelijk en klinisch onderzoek
Het begint met een gesprek over uw klachten, uw alcoholgebruik, medicatie en risicofactoren. Daarna volgt een lichamelijk onderzoek: de arts kijkt onder meer naar uw huid en ogen en voelt aan uw buik. Dat klinisch onderzoek geeft al aanwijzingen, maar een diagnose vraagt bijna altijd aanvullend onderzoek.
Bloedonderzoek en leverwaarden
Een bloedonderzoek geeft een eerste beeld. De arts kijkt naar zogenoemde leverwaarden: stoffen in het bloed die iets zeggen over beschadiging van levercellen of over hoe goed de lever werkt. Voorbeelden zijn leverenzymen, alkalische fosfatase, bilirubine, albumine en stollingswaarden, zoals de INR (international normalized ratio). Zo krijgt de arts een beeld van hoe goed de lever functioneert. Een verhoogde waarde betekent niet altijd dat u een leverziekte hebt. Uw arts beoordeelt de resultaten samen met uw klachten en voorgeschiedenis.
Bij een vermoeden van virale hepatitis kan de arts ook bloedonderzoek naar hepatitisvirussen laten doen.
Echografie en andere beeldvorming
Met een echografie kan de arts de grootte en structuur van de lever bekijken en bijvoorbeeld leververvetting zien. Soms is een CT-scan of een ander beeldvormend onderzoek nodig.
Leverbiopsie
In sommige gevallen wordt een klein stukje leverweefsel weggenomen, onder plaatselijke verdoving. Dat stukje wordt onder de microscoop onderzocht. Zo kan de arts nagaan hoe ernstig de schade is en wat de oorzaak is. Een leverbiopsie gebeurt alleen als andere onderzoeken onvoldoende duidelijkheid geven.
Behandeling van leverziekten
De behandeling hangt af van de oorzaak en het stadium.
- Leververvetting: de aanpak bestaat vooral uit gezonder eten, meer bewegen, afvallen bij overgewicht en geen of minder alcohol.
- Alcoholgerelateerde leverziekte: stoppen met alcohol is de belangrijkste stap.
- Hepatitis C: volgens Sciensano geneest een medische behandeling ongeveer 90 tot 95% van de gevallen. De WHO spreekt van meer dan 95%.
- Chronische hepatitis B: afhankelijk van de situatie is een behandeling met medicijnen mogelijk.
- Levercirrose: de arts behandelt de oorzaak en de complicaties en volgt u nauw op.
- Ernstig leverfalen: in ernstige gevallen is een levertransplantatie de enige optie.
Neem nooit zelf geneesmiddelen of voedingssupplementen om uw lever te ‘ontgiften’ zonder overleg met uw arts. Sommige middelen kunnen de lever juist belasten.
Uw lever gezond houden
Het goede nieuws: veel leverschade is te voorkomen. Dit kunt u zelf doen:
- Drink weinig of geen alcohol. Volgens de Hoge Gezondheidsraad is er geen veilig niveau. Drinkt u toch, beperk het dan tot maximaal 10 standaardglazen per week, verspreid over meerdere dagen, met alcoholvrije dagen.
- Eet gezond en evenwichtig. Een evenwichtige voeding helpt ophoping van vet in de lever te voorkomen. Kies vooral plantaardige voeding en beperk producten met toegevoegde suikers, veel verzadigd vet en ultrabewerkte voeding. De voedingsdriehoek van Gezond Leven helpt u op weg.
- Beweeg voldoende en streef naar een gezond gewicht.
- Laat u vaccineren tegen hepatitis B, en tegen hepatitis A als u tot een risicogroep behoort of naar bepaalde landen reist.
- Vermijd contact met andermans bloed. Deel geen naalden, scheermesjes of tandenborstels en vrij veilig.
- Gebruik geneesmiddelen zoals voorgeschreven. Neem niet meer dan de aangegeven dosis.
Meer tips over eten en bewegen vindt u op onze pagina over een gezonde leefstijl.
